Mijn persoonlijke weg in het aardbevingsdossier

Door: Erwin Vening, nu projectleider versterking en aardbeving bij de gemeente Oldambt, daarvoor 2 jaar werkzaam bij de Nationaal Coördinator Groningen.

Of ik een verhaal of column wil schrijven voor het zomerboek van EPI-kenniscentrum. Over mijn persoonlijke ervaringen, mijn uitdagingen en mijn mijlpalen in het aardbevingsdossier? Ik heb eerlijk gezegd wel even goed moeten nadenken over deze vraag. Niet dat ik mijn ervaringen niet zou willen delen, wel of ik dat op deze manier wil doen.

Centraal stond voor mij de vraag of ik een persoonlijk verhaal kan schrijven waarbij ik recht doe aan mijzelf als persoon, aan de rol die ik in het aardbevingsdossier vervul, maar ook aan mijn omgeving. Na enig wikken en wegen heb ik besloten ja te zeggen en hieronder leest u mijn verhaal.

Een persoonlijk en eerlijk verhaal, maar wel geschreven vanuit verantwoordelijkheid en rolbesef. Het verhaal over mijn route door het aardbevingsdossier, twee jaar bij de NCG en nu al weer ruim een half jaar bij de gemeente Oldambt.

Mijn verhaal: reflectie in hectiek

Hoewel schrijven voor mij zeker niet nieuw is (ik kan het aantal beleidsnota’s, adviezen en rapporten niet meer tellen) is dit eigenlijk de eerste keer dat ik een echt verhaal mag schrijven.
Ik heb er voor gekozen om dit in etappes te doen en ben de afgelopen weken hier regelmatig even een tijdje mee bezig geweest. Thuis op de bank met de laptop op schoot, of buiten met de iPad en zelfs een keer relaxed op de camping tijdens het prachtige Pinksterweekend.

Het mooie aan het schrijven van dit verhaal vond ik de gelegenheid en tijd voor reflectie. Reflectie op mijn werk, op mijn rol, op het aardbevingsdossier. Juist ook in een hectische periode met veel drukte in het aardbevingsdossier.
Veel tijd is de afgelopen weken gaan zitten in het Nationaal Programma Groningen. In het schrijven van de contouren van ons lokale programma, maar ook in het overleg binnen de gemeente en met betrokken partijen over de gezamenlijke richting. Veel drukte was er ook in de versterkingsopgave, lokaal en regionaal (maar eigenlijk is dat geen nieuws). De besluitvorming over de plannen voor 2020, het advies van het SodM en bijvoorbeeld het opstarten van de praktijkaanpak.
En niet te vergeten de vele discussies over de voortgang van de versterkingsaanpak en recent over de invoering van de nieuwe NPR (waar u wellicht in de media ook al wat over heeft gelezen). Uiteraard gebeurde dat in bijna alle gevallen digitaal wat op zich prima gaat maar het ‘echt goede gesprek’ soms ook wel in de weg staat.

Tot slot wil ik hier ook de contacten met inwoners benoemen. Niet dat ik dagelijks deze contacten heb, wel dat het me echt bezig kan houden. Mensen die vastlopen in de schade-afhandeling en de samenloop met de versterkingsopgave. Mensen die in het doolhof van de gaswinning echt verdwalen. Of mensen die net buiten het ‘effectgebied’ van het aardbevingsgebied wonen en niet begrijpen waarom TCMG hun schademelding niet in behandeling neemt terwijl de buren vlakbij wel een schadevergoeding krijgen.
En vervolgens het overleg met TCMG en NCG om hierin toch iets voor onze inwoners te kunnen betekenen.
Mooi en boeiend werk en tegelijk frustrerend en soms ontmoedigend.
Hieronder leest u mijn ervaringen.

Mijn start: spannend en dynamisch

Mijn weg in het aardbevingsdossier begon op 2 november 2017. Na jarenlang gewerkt te hebben voor de gemeente Groningen was ik toe aan een nieuwe uitdaging. Een lang weekend Rome samen met mijn vrouw markeerde voor mij de overgang naar mijn nieuwe werkgever, de Nationaal Coördinator Groningen (NCG).

Als lectuur had ik het boek ‘Te Laat’ van Folkert Buiter meegekregen van een goede kennis, die dit boek toevallig tegen was gekomen in de bibliotheek. Het boek is een thriller uit 2015 en beschrijft de gevolgen van de gaswinning in Groningen, met een woud aan organisaties en regels, corrupte bestuurders, criminelen en zelfs de Italiaanse maffia.

Hoewel ik natuurlijk geen moment dacht en denk dat de verhalen in het boek de werkelijkheid raken, moet ik wel zeggen dat werken in het aardbevingsdossier soms voelt als een thriller.
Na twee maand NCG had ik het gevoel er al meer dan een jaar te werken. De enorme complexiteit van het gaswinningsdossier, de grote dynamiek en hectiek bij de betrokken organisaties, de belangen die meespelen, de media-aandacht. Het gaf mij als professional het gevoel van een mooie, nieuwe uitdaging en een boeiende baan. Uiteraard in de context van de grote problemen die spelen en met name ook de mensen die hier direct en indirect last van hebben.

En ook nu, ruim 2,5 jaar later, heb ik af en toe het gevoel in een film te zitten. Een film met ingewikkelde lijnen, verrassende plotwendingen en een nog open einde. Af en toe komt de parallel met de film ‘The Truman Show’ bij me op, misschien heeft u deze wel gezien. In deze film zit de hoofdpersoon (gespeeld door Jim Carrey) vast in een realityshow zonder dat hij zich dat zelf bewust is. Werken in het aardbevingsdossier voelt af en toe ook als een onwerkelijke, onvoorstelbare en bizarre wereld. Een wereld waarvan je soms denkt (en hoopt) dat het geen realiteit is.

Mijn motivatie: een bijdrage leveren aan toekomst van onze regio

Mijn motivatie om aan de slag te gaan bij de NCG was dat ik me sterk verbonden voel met Groningen en graag een bijdrage wilde leveren aan het oplossen van de gaswinningsproblematiek en aan de verdere ontwikkeling van de regio. Hoewel ik inmiddels al weer jarenlang in Drenthe woon, voel ik me nog steeds verbonden. Ik ben geboren en getogen in het Westerkwartier en vervolgens gestudeerd en blijven hangen in de stad Groningen. En daarna heb ik jarenlang gewerkt bij de gemeente Groningen en de Regio Groningen-Assen.

Wat ik belangrijk vind in mijn werk is dat ik echt een bijdrage kan leveren aan de maatschappij. Nu zullen sommige mensen misschien zeggen: dan moet je geen ambtenaar worden. Voor mij past het werken in de publieke sector wel goed en in het beeld van de stoffige, van 9-5 werkende ‘raam-ambtenaar’ herken ik mezelf niet. Ik wil graag werken aan perspectief voor onze provincie, voor de mensen die hier wonen en werken en met een overheid die hierin de juiste dingen doet.
Bij de NCG mocht ik me, als adviseur economie en arbeidsmarkt, bezighouden met de problematiek van ondernemers en bedrijven in het gaswinningsdossier. De vraagstukken waren divers en complex. Van ondernemers die vanwege schadeproblematiek het hoofd niet of nauwelijks boven water konden houden of die te maken hadden met omzetderving. Bedrijven die door onduidelijkheid in de versterkingsaanpak niet wisten waar ze aan toe zijn en geen perspectief hadden. Of bedrijven waarbij de versterkingsaanpak voor korte of langere termijn impact had op de bedrijfsvoering. Tot aan bedrijven, ook in de industrie, die aardbevingsbestendig wilden (ver)bouwen en vastliepen in de regels en discussies met NAM.
Samen met belangenorganisaties en andere betrokken partijen heb ik geprobeerd hierin stappen te zetten.

Een ander deel van mijn werk was het zoeken en creëren van kansen in het flankerende beleid t.a.v. economische ontwikkeling en werkgelegenheid. Voor dit laatste lagen én liggen er grote kansen om de grote investeringen in schadeherstel en versterking te verbinden aan nieuw economisch perspectief en nieuwe werkgelegenheid. Juist ook in de combinatie van problemen en kansen zag ik een mooie uitdaging!

Mijn motto: alleen ga je sneller, samen kom je verder.

Ik geloof erg in de kracht van samenwerking en haal zowel persoonlijk als professioneel veel voldoening uit het samen dingen doen en samen resultaten bereiken. Ook afgelopen jaren zijn de zaken die we in samenwerking hebben bereikt de dingen waar ik het meest trots op ben.

Als voorbeeld wil ik hier het 1000-banenplan noemen. Samen met gemeenten, provincie, het Rijk, sociale partners, onderwijsinstellingen, NCG en CVW hebben we hieraan gewerkt.
Het doel van dit project is om te zorgen dat de werkgelegenheid die voortkomt uit de bouwopgave door schadeherstel en versterking ten goede komt aan werkzoekenden en bedrijven in het gebied. Ik ben blij dat ik vanuit mijn rol bij de NCG en als secretaris van het 1000-banenplan hier een bijdrage aan heb kunnen leveren. En ik heb ook oprecht genoten van de samenwerking, in het bijzonder met de mensen van Werk in Zicht en EPI-kenniscentrum.

Tegelijk heb ik de afgelopen jaren ook gemerkt dat samenwerken in het aardbevingsdossier niet echt gemakkelijk is. De complexiteit, het gebrek aan kennis, het al werkende weg zoeken naar oplossingen en nieuwe inzichten of besluiten. Daarbij is het logisch dat wijzigingen plaatsvinden, dat kaders veranderen en ook dat er fouten worden gemaakt.
Mijn persoonlijke mening is echter wel dat we het aardbevingsdossier te ingewikkeld en te complex hebben gemaakt. Door alle veranderingen en hoeveelheid aan betrokken organisaties en partijen is aardbevingsland een ingewikkeld systeem geworden. En binnen dat systeem is samenwerking een grote uitdaging.
En toch zie ik geen andere oplossing dan dat we in Groningen echt moeten samenwerken om een uitweg te vinden in deze complexe opgave, in deze crisissituatie.

Mijn ervaringen: het gaswinningsdossier als doolhof

Ik ervaar het gaswinningsdossier als ontzettend boeiend en tegelijk ook soms als erg frustrerend. Boeiend omdat er zoveel gebeurt, omdat het enorm dynamisch is en ook omdat je bezig bent met zaken die er echt toe doen. Frustrerend vanwege het gebrek aan voortgang, vanwege keuzes die niet altijd de mijne zouden zijn geweest.

Maar het belangrijkste is toch wel de frustratie dat we maar heel moeilijk écht het verschil voor onze inwoners lijken te maken. We werken met z’n allen ontzettend hard en er is afgelopen jaren veel gebeurd. En toch zijn de problemen niet opgelost en is voor veel mensen een ‘veilig thuis’ nog geen realiteit.

Veiligheid voorop en bewoners centraal! Dat is al jarenlang het motto. Maar de focus is naar mijn idee misschien wel te veel komen te liggen op de technische versterking van huizen en te weinig op de mensen die er in wonen. Begrijp me niet verkeerd. Het principe dat de mensen in Groningen net zo veilig moeten wonen als elders in Nederland deel ik helemaal. Maar voor veel mensen draait veiligheid om meer dan alleen een veilig huis dat bestand is tegen een zware aardbeving. Het gaat hen om een veilig thuis, waar ze zorgeloos en met perspectief de toekomst tegemoet kunnen zien. En ik vraag me soms wel af of we dat met de huidige aanpak van schadeherstel en versterking wel voldoende beseffen.

Het werken in het aardbevingsdossier voelt voor mij soms als een doolhof, van regels en kaders, van organisaties en loketten. Een doolhof waar de paden regelmatig weer worden veranderd en waar de uitgang (of was het nu de ingang?) wordt verplaatst. Dit geldt natuurlijk nog veel meer voor de mensen die het direct betreft.
In de media wordt dit breed uitgemeten, maar ook in mijn werk kom ik veel mensen tegen die in dit doolhof verdwalen. Die niet zelf de weg weten te vinden in het systeem van de TCMG, NCG, gemeenten en andere partijen.
Mensen die te maken hebben met zaakbegeleiders, bewonersbegeleiders of ambtenaren zoals ik. Mensen die in de meeste gevallen gewoon hun best doen, maar niet altijd in staat zijn om de mensen goed te helpen.

Ook persoonlijk vind ik het een worsteling; hoe je de Groningers nu echt goed kunt helpen. In de tijd bij de NCG heb ik verschillende ondernemers gesproken die ik niet goed heb kunnen helpen. Omdat onduidelijk was bij welke instantie het probleem thuishoorde of omdat bijv. de MKB-compensatieregeling alleen voor de zogeheten batch 1467 gold.

Omdat de NAM het Bedrijvenloket ontmantelde en voor bedrijfsschade de overgang naar een publieke schade-afhandeling nog niet geregeld was.
Maar ook voorbeelden van ondernemers die echt in de knel kwamen op financieel en persoonlijk vlak en voor hen geen Commissie Bijzondere Situaties beschikbaar was.

En ook bij de gemeente is het soms best nog zoeken. We hebben als gemeenten in de nieuwe versterkingsaanpak een centrale rol gekregen, maar in de praktijk nog maar weinig mogelijkheden om echt sturing te geven.
Bij de gemeente Oldambt is het nog extra zoeken omdat we pas vanaf eind 2018 meedraaien in de aardbevingsopgave en veel dingen nog uitgevonden moeten worden. In onze gemeente is de versterkingsoperatie beperkt en nog maar net begonnen en weten we nog niet goed wat de omvang en impact is. Wel is er een forse schadeproblematiek die tot voor kort niet erkend was als aardbevingsschade.

We krijgen met regelmaat hulpvragen van mensen die vastlopen in hun schade-afhandeling of in de versterkingsoperatie (of erger nog: in de combinatie van beide). Als gemeente willen we onze inwoners graag helpen maar onze rol is beperkt. Met regelmaat zoek ik contact met NCG of TMCG om situaties te bespreken, om duidelijkheid te zoeken en voortgang te stimuleren. Soms met resultaat, maar regelmatig ook met nog onvoldoende effect (tenminste in mijn ogen).

Bron: beeldbank gemeente Oldambt

Mijn hoogtepunten: ze waren er, gelukkig

Toch kent het werk in het aardbevingsdossier ook zeker mooie kanten. Als ik terugkijk op mijn periode bij de NCG ben ik trots op hetgeen we bereikt hebben met het 1000-banenplan, waar ik eerder al over schreef. Trots op de samenwerking en met name natuurlijk de resultaten.

Dat met behulp van het 1000-banenplan bedrijven zijn geholpen in het aantrekken en opleiden van nieuw personeel. Dat mensen die aan de kant stonden in de gelegenheid zijn gesteld om met behulp van opleidingstrajecten weer aan de slag te gaan. En dat opdrachtgevers met hun aanbestedingen en afspraken rond social return zorgen voor werk en werkgelegenheid in de regio.
Positief was voor mij ook de samenwerking met EPI-kenniscentrum (en dit schrijf ik niet omdat ik een verhaal voor hen mocht schrijven!). EPI-kenniscentrum heeft in het 1000-banenplan een belangrijke, faciliterende rol gespeeld.
Maar ook breder in het aardbevingsdossier had en heeft deze organisatie een brugfunctie in het opleiden en toerusten van mensen en het organiseren van kennisontwikkeling en kennisdeling. Ik heb de rol en inzet vanuit EPI-kenniscentrum daarbij heel erg gewaardeerd. En tegelijk heb ik ook de worsteling van de organisatie daarbij gezien.

Ik heb gemerkt in mijn tijd bij de NCG, maar ook nu bij de gemeente dat kennisontwikkeling en -deling er nog wel eens bij inschiet. Iedereen ziet het belang hiervan maar in de hectiek van alledag komt het er in de praktijk toch vaak niet van. Terwijl ik denk dat met alle ontwikkelingen, nieuwe organisaties én nieuwe mensen we enorm gebaat zijn met goede kennisoverdracht en -ontwikkeling.

Een ander hoogtepunt was toch ook de MKB-compensatieregeling die bedoeld is voor ondernemers die te maken krijgen met inkomensschade als gevolg van de versterking. Na een lang en intensief traject is de regeling medio 2018 van start gegaan als pilot voor de zogeheten batch 1467. Samen met de NAM hebben we deze regeling vorm gegeven en opgesteld. Soms in goed overleg en soms met de nodige discussies, soms op het scherpst van de snede.

Een boeiend proces bestaande uit het uitschrijven van de regeling, overleg met betrokken partijen en de gesprekken hierover met ondernemers en belangenorganisaties. Maar ook het benaderen van leden voor de onafhankelijke beoordelingscommissie, het werven van het secretariaat en de contacten met het Ministerie voor het instellingsbesluit.
Een grote klus die veel voeten in de aarde heeft gehad. Alleen wel spijtig dat we in de praktijk maar heel beperkt ondernemers hebben kunnen helpen.

Als laatste wil ik hier nog het werken in en voor de gemeente Oldambt benoemen. In de zomer van 2019 werd ik getipt voor een functie bij de gemeente Oldambt als projectleider voor het aardbevingsdossier. In de maanden ervoor was mijn rol als adviseur economie en arbeidsmarkt bij de NCG steeds kleiner geworden. De NCG transformeerde naar een uitvoeringsorganisatie en mijn werk paste daar niet goed meer bij. In die periode heb ik ook regelmatig getwijfeld of ik überhaupt nog in het dossier wilde werken. Maar desondanks koos ik er voor mijn weg in dit dossier te vervolgen.
En daar heb ik tot nu toe nog geen moment spijt van.

Oldambt betekende voor mij een nieuwe omgeving, ik kende Oost-Groningen nog niet of nauwelijks. En ook een nieuwe rol bij een organisatie waar het aardbevingsdossier nog volop in opbouw was. Afgelopen maanden ben ik met veel plezier en nieuw enthousiasme aan de slag gegaan. Zowel in de problematiek van schade en versterken, maar ook met de plannen voor het Nationaal Programma Groningen.

Mijn toekomst: naar een afronding en nieuw perspectief

Ik ben van nature een positief persoon en zie de toekomst meestal wel rooskleurig. Ondanks de nodige frustraties, ergernissen en momenten van moedeloosheid zie ik ook veel positieve dingen. De gaswinning gaat naar beneden, de risico’s worden minder, veel mensen worden inmiddels ruimhartig geholpen met de schade-afhandeling en veel mensen werken met hart en ziel aan een veilig en toekomstbestendig Groningen. Misschien mogen we daar soms ook met elkaar wel wat meer aandacht aan geven!

Mijn wens voor Groningen is dat we de komende jaren het aardbevingsdossier langzaam maar zeker kunnen afsluiten. Dat
we in de versterkingsopgave echt in staat zijn te versnellen en de

komende jaren op een maatschappelijk verantwoorde manier kunnen afronden. Dat schade-afhandeling ook in complexe situaties goed verloopt. Dat ik gebeld wordt door inwoners die goed geholpen zijn door TCMG of NCG (of beter nog, door hen samen). Dat we in Oldambt, op de rand van het gaswinningsgebied, meer duidelijkheid en perspectief hebben voor onze inwoners. Dat we met het Nationaal Programma Groningen in staat zijn om te investeren in nieuw perspectief, in nieuwe kansen. En dat we echt samen kunnen werken aan de toekomst van Groningen!

Misschien ben ik te optimistisch en heb ik dit laatste stukje geschreven op een positief moment. Maar als ik eerlijk ben geloof ik daar ook in én wil ik mij daarvoor inzetten!

Over 2,5 jaar loopt mijn contract af, ik hoop stiekem dat we dan klaar zijn!

 

 

jul 5, 2020 | Nieuws